Gewasbescherming wereldwijd: veiligheid voorop

Wereldwijd gelden formele en degelijke beoordelingsprocessen voor toelating gewasbeschermingsmiddelen. Wetgeving rondom gewasbeschermingsmiddelen verschilt per land. Dat heeft te maken met klimaat, teeltsystemen en de druk van ziekten en plagen. Deze verschillen per regio, waarbij de omstandigheden in Nederland anders zijn dan in Zuid-Europa, Zuid-Amerika of Afrika. Daarom bepaalt uiteindelijk de lokale (landelijke) overheid welke gewasbeschermingsmiddelen worden toegelaten. In Nederland bepaalt het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) dit. Kwekers moeten zich houden aan de lokale wetgeving, ongeacht waar de bloemen later worden verkocht. De basisregel is overal ter wereld hetzelfde: gewasbeschermingsmiddelen moeten werkzaam én veilig zijn. Het feit dat in het buitenland gekweekte bloemen met andere middelen zijn geteeld dan in Nederland, betekent dus niet dat sprake is van gevaar voor mens, dier of milieu.

Zo beoordeelt in Nederland het Ctgb of gewasbeschermingsmiddelen veilig gebruikt kunnen worden op bloemen en planten. In andere landen doen lokale overheidsinstituten dit. Daarbij wordt ook gekeken naar eventuele blootstelling van consumenten bij normaal gebruik, bijvoorbeeld bij het vasthouden of ruiken van bloemen.

Afrikaanse landen werken actief om hun toelatingen steeds beter af te stemmen op de Europese eisen. Zo heeft Kenia haar wetgeving voor gewasbeschermingsmiddelen vorig jaar meer in lijn gebracht met de wetgeving in de EU.  Deze hervorming richt zich op het uitfaseren van meest (milieu)belastende werkzame stoffen en om beter aan te sluiten op internationale standaarden. Daar komt bij dat een groot deel van de kwekers wereldwijd gecertificeerd is (cijfers 2025: 77% EU, 83% Kenia en 89% Ethiopië) en hierop door onafhankelijke instituten geaudit wordt. Ook in Zuid-Amerika is een vergelijkbare ontwikkeling zichtbaar met het ontwikkelen van standaarden op milieu en sociaal gebied. Integrated Pest Management (IPM) is hier een verplicht onderdeel van. Binnen IPM gelden vier stappen: preventie, bewaking, bestrijding en evaluatie. De bestrijding met chemische gewasbeschermingsmiddelen komt pas in de derde stap waarbij de volgorde eerst biologisch, daarna mechanisch (o.a. met vallen) en pas als laatste chemisch is. Door deze werkwijze is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen binnen de sierteeltsector de afgelopen jaren internationaal fors afgenomen.

Wat zijn de cijfers?

  • Uit cijfers (bron MPS) blijkt dat sinds 2015 het gebruik van de meest milieubelastende (chemische)gewasbeschermingsmiddelen met maar liefst 78% is gedaald wereldwijd.
  • Wereldwijd is sinds 2015 het gebruik van (chemische) gewasbeschermingsmiddelen binnen de sierteelt per hectare met 35% gedaald.
  • Keniaanse kwekers hebben het gebruik van de meest milieubelastende middelen sinds 2019 met maar liefst 58% teruggebracht.
  • Voor Ethiopische kwekers geldt een daling van 56% van het gebruik van de meest milieubelastende middelen in sinds 2019.
  • Certificering volgens FSI-eisen 77% EU, 83% Kenia en 89% Ethiopië.