Waarde van de sierteelt

Een sector met impact

Bloemen en planten zijn niet alleen mooi om te zien, ze hebben ook grote economische en maatschappelijke waarde. De sierteelt zorgt voor innovatie, kennisontwikkeling en werkgelegenheid, in Nederland en ver daarbuiten.

Nederland is wereldwijd toonaangevend in de productie, handel en logistiek van bloemen en planten en vormt het hart van een uniek ecosysteem waarin kwekers, handelaren en logistieke partijen nauw samenwerken.

Bronnen: Royal FloraHolland (2025); CBS (2024)


Slimme en efficiënte logistiek

Nederland is hét logistieke knooppunt voor bloemen en planten.
Digitale marktplaatsen en fysieke hubs zorgen dat versproducten binnen 24 uur van bron naar klant gaan. De keten investeert in efficiënter en duurzamer transport, met behoud van kwaliteit en versheid. De Europese afzet concentreert zich binnen een straal van ongeveer 700 kilometer, waardoor Nederland in feite de interne markt bedient voor een groot deel van Europa.

Bronnen: Royal FloraHolland (2025); CBS (2024)


Wereldspeler van formaat

Nederland kent al eeuwen een sterke traditie in de teelt van bloemen en planten en speelt tot op de dag van vandaag een sleutelrol in de wereldwijde handel.

Vanuit een netwerk van veilingen, handelscentra en distributiehubs worden dagelijks miljoenen bloemen en planten over de hele wereld verspreid. Wat deze sector bijzonder maakt, is de combinatie van kennis, innovatie en efficiëntie. Dat gaat van de moderne kassen tot aan de slimme logistiek en technologie.

De sierteelt heeft een exportwaarde van ruim €9,1 miljard per jaar en draagt ongeveer €6,6 miljard bij aan het Nederlandse bbp. Daarmee is het, na zuivel, het tweede agrarische exportproduct van Nederland.

Bronnen: Royal FloraHolland (2025); CBS (2024)

Internationale verbinding

Een deel van het assortiment komt uit landen rond de evenaar en hooglanden.
Klimaat en hoogte zorgen voor constante kwaliteit, bijvoorbeeld lange stelen en grote bloemknoppen bij rozen. Het Nederlandse netwerk bundelt, verwerkt en verdeelt producten snel voor de Europese markt.

De meeste snijbloemen en kamerplanten die in Nederland worden verkocht, zijn van Nederlandse herkomst. Jaarlijks worden er ongeveer 9 miljard snijbloemen verkocht, waarvan circa 6 miljard afkomstig zijn uit Nederland zelf. Het resterende deel, zo’n 3 miljard bloemen, wordt geïmporteerd uit het buitenland. Binnen deze import vormen rozen het grootste aandeel: ongeveer 2,5 miljard rozen komen uit landen als Kenia en Ethiopië. Daarnaast zijn Israël (met 182 miljoen zomerbloemen) en Spanje (met 108 miljoen bloemen) belangrijke exporteurs naar Nederland. Andere landen leveren elk minder dan 100 miljoen bloemen per jaar.

Voor kamerplanten geldt dat het merendeel in Nederland wordt geproduceerd. Toch zijn ook België en Duitsland belangrijke productielanden, en in mindere mate Denemarken en mediterrane landen. Dit betekent dat vrijwel alle kamerplanten die in Nederland verkocht worden, afkomstig zijn uit Nederland of uit de directe buurlanden. Van de omzet van Royal FloraHolland, het grootste handelsplatform voor bloemen en planten, is een kleine 20% van de totale omzet van 5,2 miljard euro afkomstig uit het buitenland. Dit percentage verschilt per productgroep, maar onderstreept dat het grootste deel van de bloemen en planten in Nederland zelf wordt geproduceerd of via Nederlandse veilingen wordt verhandeld.

Bronnen: Royal FloraHolland (2025)

Werk en welvaart

De sierteelt biedt werk aan zo’n 65.000 mensen in Nederland en aan ruim 400.000 mensen wereldwijd, vooral in landen als Colombia, Ecuador, Kenia en Ethiopië.
Die banen vormen voor veel gezinnen een stabiel inkomen en dragen lokaal bij aan scholing, gezondheidszorg en gendergelijkheid.
Wie een boeket koopt, ondersteunt dus niet alleen Nederlandse ondernemers, maar ook mensen in andere delen van de wereld die met vakmanschap en zorg telen.

Bronnen: WUR (2023); Kenya Flower Council (2024); Fairtrade International (2024)


Fairtrade verdieping info: eerlijke handel en lokale impact

In landen als Kenia, Ethiopië, Colombia en Ecuador biedt de sierteelt werk, inkomen en scholing.
Fairtrade-projecten investeren premies in lokale voorzieningen en versterken de positie van vrouwen op de werkvloer.

Bronnen: Fairtrade International (2024); Kenya Flower Council (2024)


Innovatie en duurzaamheid als motor

De kracht van de Nederlandse sierteelt ligt in voortdurende vernieuwing.
Bedrijven investeren in duurzame energie, beter waterbeheer en schonere teeltmethoden. Jaarlijks gaat er bijna €1 miljard naar onderzoek en ontwikkeling. Dat is goed voor ongeveer 5% van de totale Nederlandse R&D-uitgaven.
Zo blijft Nederland wereldwijd vooroplopen met kennis, technologie en verantwoord ondernemerschap. De ambitie: een toekomstbestendige, klimaatneutrale en mensgerichte sierteeltsector die blijft bijdragen aan economie, werk en welzijn.

Bronnen: Tuinbouwakkoord (2023); CBS (2024); Wageningen Economic Research (2024)


Hoe kopen we bloemen en planten?

Nederlanders besteden ongeveer 1 miljard euro per jaar aan bloemen en planten.
Verkoopkanalen: ongeveer de helft via bloemisten, ongeveer een derde via supermarkten, de rest via tuincentra en ambulante handel.

Bronnen: CBS (2024)

Feiten & cijfers

  • Exportwaarde sierteelt: €9,1 miljard per jaar
  • Bijdrage aan bbp: €6,6 miljard
  • Werkgelegenheid: 65.000 banen in Nederland en 400.000 wereldwijd
  • Jaarlijkse R&D-uitgaven tuinbouwketen: bijna €1 miljard
  • Doel: klimaatneutrale productie in 2040

Bronnen: CBS (2024); Royal FloraHolland (2025); Glastuinbouw Nederland (2024); WUR (2024)

Veelgestelde vragen

Waarom gebruiken telers gewasbeschermingsmiddelen?

Tijdens de teelt van bloemen en planten kunnen ziekten en plagen grote schade veroorzaken. Denk aan insecten, schimmels of virussen die bladeren aantasten, knoppen doen misvormen of wortels verzwakken. Wanneer een plaag onbehandeld blijft, kan een teler soms (een deel van) de oogst niet meer verkopen. Dat betekent niet alleen economische schade, maar ook verspilling van grondstoffen, energie en water die al in de teelt zijn gestopt. Gewasbescherming helpt dit te voorkomen. 

Telers werken volgens het principe van geïntegreerde gewasbescherming: eerst preventieve maatregelen, dan biologische of niet-chemische middelen en pas als laatste redmiddel een gerichte chemische toepassing. Preventie begint bij resistente rassen, schoon uitgangsmateriaal, goede bodemgezondheid, hygiëne, monitoring en klimaatbeheersing. Bij plagen zetten veel telers natuurlijke bestrijders in zoals roofmijten, sluipwespen of aaltjes. 

Daarnaast moeten telers voldoen aan kwaliteitseisen van handel, exportlanden en retailers, de zogenoemde fytosanitaire eisen. Bloemen en planten mogen geen ziekten of schadelijke insecten bevatten. Gewasbescherming is daarom niet alleen noodzakelijk voor een gezonde teelt, maar ook voor voedsel- en productveiligheid en het voorkomen van internationale verspreiding van plantenziekten.

Waarom worden soms restanten van gewasbeschermingsmiddelen gemeten op bloemen?

In laboratoria kunnen extreem kleine hoeveelheden gewasbeschermingsmiddelen worden gemeten, soms tot satellietniveau (micro- of nanogram). Daarom kunnen er restanten — zogenoemde residuen — worden aangetroffen op bloemen en planten, zowel van biologische als van chemische middelen. 

Voor bloemen en planten die niet bedoeld zijn voor consumptie gelden geen MRL-limieten (Maximale Residu Limieten) zoals bij groente en fruit. Toch worden ook siergewassen streng beoordeeld. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) kijkt bij toelating naar het risico op afveegbaar residu: de hoeveelheid middel die bij aanraking mogelijk op de huid terechtkomt, bijvoorbeeld bij werknemers in de teelt of bij bloemisten. 

Het Ctgb stelt alleen middelen toe waarvan het risico voor mens, dier en milieu veilig beoordeeld is. In de periode tussen toepassing door de teler en aankoop door consumenten neemt residu verder af door afbraak, verdamping, opslag en waterbehandeling in winkels. Volgens het Ctgb loopt de consument bij normaal gebruik (bloemen in een vaas zetten, aanraken, ruiken) geen gezondheidsrisico. 

Bronnen: NVWA, Ctgb 

Zijn restanten van gewasbeschermingsmiddelen op bloemen gevaarlijk voor mensen?

Volgens toezichthouders zoals het Ctgb en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) zijn er geen aanwijzingen dat consumenten risico lopen door bloemen of planten in huis te halen waarop toegelaten gewasbeschermingsmiddelen zijn gebruikt. Bloemen worden niet gegeten en de blootstelling via huidcontact is zeer beperkt. Bij het in een vaas zetten of ruiken aan bloemen wordt slechts een verwaarloosbare hoeveelheid residu opgenomen. 

Voor toelating van ieder middel wordt een uitgebreide risicobeoordeling uitgevoerd op basis van internationale wetenschappelijke standaarden. Daarbij wordt onder meer gekeken naar mogelijke effecten op DNA, hormoonhuishouding, vruchtbaarheid, waterkwaliteit en ecologie. Alleen middelen die voldoen aan deze eisen worden toegelaten. Middelen worden bovendien regelmatig herbeoordeeld. 

Professionals die langdurig met grote hoeveelheden bloemen werken — zoals kwekerijmedewerkers of bloemisten — volgen aanvullende hygiëneadviezen, zoals handschoenen bij intensief werk en handen wassen. Brancheorganisaties ondersteunen dit met richtlijnen (o.a. Stigas, VBW). 

Voor consumenten blijft de conclusie: normaal gebruik van bloemen vormt geen gezondheidsrisico. 

Zijn er risico's voor omwonenden?

In Nederland wordt veel onderzoek gedaan naar mogelijke gezondheidsrisico’s voor omwonenden van landbouwpercelen. Het belangrijkste onderzoek is het RIVM-programma Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden (OBO). Daarbij is gemeten of stoffen terug te vinden zijn in lucht, huisstof, deurmatten en urine van omwonenden. 

Uit het RIVM-onderzoek OBO-1 (2019) bleek dat gewasbeschermingsmiddelen meetbaar waren, maar niet boven risicogrenzen uitkwamen. Het RIVM concludeerde dat er geen aanleiding is om toelatingen te beperken, maar adviseerde wel om blootstelling nauwkeuriger in kaart te brengen. Daarom loopt momenteel vervolgonderzoek OBO-2 (2023–2031), gericht op mogelijke gezondheidsrelaties, waaronder Parkinson, leukemie bij kinderen, astma, COPD en cognitieve ontwikkeling. 

De Gezondheidsraad adviseert een voorzorgsbenadering en verdere verduurzaming van gewasbescherming. De sierteeltsector onderschrijft deze lijn en investeert in technieken zoals driftreductie, precisiespuiten en IPM-maatregelen. 

Tot nu toe geven onderzoeksresultaten geen reden tot aanvullende teeltverboden of extra bufferzones, maar het onderzoek wordt actief vervolgd om maatschappelijke zorgen serieus te nemen.

Wat doen telers om het gebruik van chemische middelen te verminderen?

De sierteeltsector werkt intensief aan het beperken en vervangen van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Het uitgangspunt is geïntegreerde gewasbescherming (IPM): preventie, biologische bestrijding en alleen chemisch als laatste stap. Meer dan 85% van de bedrijven past IPM toe.  

Duurzame stappen in de praktijk:  
✔ inzet van trillingen, geurstoffen en feromonen 
✔ gebruik van natuurlijke vijanden 
✔ resistente rassen en schoon uitgangsmateriaal 
✔ bodemverbetering, compost, biostimulanten 
✔ precisietoepassingen in plaats van volvelds spuiten 
✔ certificering zoals MPS ABC met milieu-scores voor middelen 

MPS deelt middelen in op milieubelasting (rood, oranje, groen) en ziet een sterke daling van zwaar belastende middelen.  

Daling gebruik (MPS, 2015–2024): 
🏺 potplanten wereldwijd –29% totaal, in NL –37%; zwaarste middelen NL van 7% → 0,5% 
🌹 snijbloemen wereldwijd –35%; NL –48%; zwaarste middelen NL van 8% → 2%   

Nieuwe technologie versnelt deze ontwikkeling: 
🔹 drones voor plaagmonitoring 
🔹 laserwieders tegen onkruid 
🔹 ziekzoekrobots in bollenteelt 
🔹 precisiespuittechniek met sensoren 
🔹 Milieu-Indicator Gewasbescherming (MIG) voor milieukeuzes 

Bronnen: Ctgb (2024); NVWA (2024); RIVM (2019, 2024); MPS (2024)

Veelgestelde vragen