
Reactie op NVWA-rapport
Sierteeltsector zet al langere tijd in op transparantie en veiligheid vanuit duurzaamheid in de keten
De Nederlandse sierteeltsector heeft gisteren kennisgenomen van het door de NVWA gepubliceerde rapport van Bureau Risicobeoordeling & Onderzoek (BuRO) over “gewasbeschermingsmiddelen op mogelijk geïmporteerde rozen uit landen niet behorend tot de Europese Unie (EU)”. De sector hecht veel waarde aan de bescherming en gezondheid van medewerkers en consumenten, neemt de aanbevelingen serieus en gaat hierover dan ook graag in gesprek met de NVWA. Al langere tijd zet de sector vanuit de hele keten in op transparantie, meetbaarheid en veiligheid vanuit duurzaamheid. Vanuit certificering is er een internationale sectorstandaard voor transparantie, de Floriculture Sustainability Initiative (FSI) “Basket of Standards”, met o.a. milieustandaarden en duidelijke veiligheidsmaatregelen voor alle medewerkers in de keten. Het uitgangspunt is overal ter wereld hetzelfde: bloemen en planten moeten veilig zijn voor mens, dier en milieu.
Gezondheid altijd prioriteit
In de sector zijn al lange tijd voorschriften, in binnen- en buitenland, voor het dragen van beschermende kleding voor medewerkers die intensief met bloemen werken. Alleen bij dagelijks en zeer langdurig contact (circa 8 uur per dag bloemen in de handen hebben) is het dragen van beschermende handschoenen noodzakelijk. Iedereen kan met een gerust hart een bosje bloemen in huis halen. Eerdere onderzoeken en dit rapport laten zien dat er geen verhoogd gezondheidsrisico voor consumenten is bij normaal gebruik.
Gewasbeschermingsmiddelen internationaal
De toelatingssystemen van gewasbeschermingsmiddelen binnen Europa, Afrika en Zuid-Amerika, de landen waar bloemen en planten worden geproduceerd, zijn vanuit lokale wetgeving verschillend. Het uitgangspunt is overal ter wereld hetzelfde: een middel moet werkzaam zijn én veilig voor mens, dier en milieu. Welke werkzame stoffen nodig zijn voor een bepaald gewas, hangt van meerdere factoren af. Zoals klimaat, teeltsystemen en ziekte- en plaagdruk. In Afrika, Zuid-Amerika maar ook Zuid-Europa zijn er andere ziekten en plagen dan in Nederland bijvoorbeeld.
Integrated Pest Management (IPM) is een verplicht onderdeel van certificeren. Binnen IPM gelden vier stappen: preventie, bewaking, bestrijding en evaluatie. De bestrijding met chemische gewasbeschermingsmiddelen komt pas in de derde stap waarbij de volgorde eerst biologisch, daarna mechanisch (o.a. met vallen) en pas als laatste chemisch is. Door deze werkwijze is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen binnen de sierteeltsector de afgelopen jaren internationaal fors afgenomen.
Gewasbeschermingsmiddelen blijven belangrijk om gewassen te beschermen tegen ziekten of plagen. De sierteeltsector zet hierbij grote stappen richting milieuvriendelijker telen.
Dat blijkt onder meer uit de volgende resultaten (bron MPS, Florverde en RFH) van gecertificeerde kwekers:
Er wordt steeds meer in gesloten ketens gewerkt, waarbij producten op verzoek van afnemers getoetst worden voordat zij in de winkel aan consumenten aangeboden worden.
Samen werken we aan een duurzame, transparante en innovatieve sierteeltsector, waarin Nederland wereldwijd een toonaangevende rol blijft spelen in zowel de teelt als de handel. Waar veel mensen veilig en met plezier werken en consumenten met een gerust hart van bloemen kunnen blijven genieten.